LOFZANG 

Vlak voor de herfstvakantie was ik een week op studiereis in Canada. Het land heeft in 1970 besloten dat onderwijs er inclusief is. Er is geen speciaal onderwijs. De afgelopen vijftig jaar heeft de praktijk van inclusief onderwijs zich in de verschillende provincies van de federatieve staat ontwikkeld. Ik was in de provincie British Columbia, in de grote stad Vancouver en in de kleine stad Powell River. Ik heb inclusief onderwijs in het echt gezien: in basisscholen en in scholen voor voortgezet onderwijs; in scholen met nieuwe en verouderde gebouwen; met hele inspirerende en minder inspirerende schoolleiders; in grote (500 ll) en kleine (100 ll) scholen. Ik zag altijd en overtuigend inclusiviteit. Ook voor leerlingen met een ernstige beperking, (zoals doofblind) is de onderwijsplek in de groep met de leeftijdgenoten, gesteund door een op een begeleiding van de Educational Assistents. Ze zijn HBO opgeleid, en in ruimere aantallen aanwezig dan de onderwijsondersteuners in de Nederlandse scholen. De scholen die ik heb bezocht zijn gemiddeld genomen ruimer bemeten dan onze scholen, de klassennoemer is gemiddeld drie tot vier leerlingen lager, het aantal zorgleerlingen per groep is gemaximeerd op drie evenals het aantal volwassenen in de groep naast de leerkracht. De leerkracht ‘leert aan’, en heeft wel de verantwoordelijkheid maar niet de dagelijkse zorg en begeleiding van de leerlingen met een beperking (of ‘exceptionality’, zoals ik ergens las). Het lijkt een ideaalplaatje. Ik heb het met eigen ogen in het echt en in veelvoud gezien.  

In Canada is de school de afspiegeling van de leefgemeenschap, de community. Daar is verscheidenheid een kracht die wordt gewaardeerd. De inclusieve school bereidt er op voor.  

In Nederland is het onderwijs aan leerlingen met ondersteuning in de reguliere scholen natuurlijk ook inclusief onderwijs. Passend Onderwijs beoogt inclusief onderwijs: zoveel mogelijk leerlingen volgen in de reguliere, thuisnabije school onderwijs met waar nodig ondersteuning door experts. En we werken er hard aan, niettegenstaande de negatief geladen reacties van politiek, media en ouders omdat de scholen niet voor elke leerling het passende, inclusieve onderwijs hebben. 

Het werkbezoek aan British Columbia heeft me duidelijker gemaakt dat de geschiedenis ons hier parten speelt. Al kort na de invoering van de leerplicht, ruim honderd jaar geleden, is besloten tot ‘buitengewoon onderwijs’ voor leerlingen die niet in het reguliere onderwijs pasten. De afgelopen honderd jaar heeft het buitengewoon onderwijs zich doorontwikkeld en verfijnd naar wat nu speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs is. Hoe hoog passend onderwijs haar doel ook stelt: zolang SO en SBO bestaan, bestaat de mogelijkheid tot verwijzing, en streven de speciaal onderwijsscholen hun eigen instandhouding na. In die zin is het in Canada sinds 1970 makkelijker geweest om inclusief te worden: er is geen speciaal onderwijs. Het systeem of model is eenvoudiger. De overtuiging om elke leerling in het onderwijs de passende plek te bieden is in beide landen hetzelfde. Hoe we het ook noemen. In Nederland moet de belemmering van de bestaande onderwijsstructuur echter veel meer aandacht krijgen om het passende onderwijs succesvol in voeren.  

 

 

Tinie van Aalsum 

Bestuurder SWV