Ik wil u allereerst een goed en beloftevol nieuw jaar wensen. Namens de medewerkers van het bestuursbureau, de platformcoördinatoren, de Raad van Toezicht en namens mezelf. Fijn dat u gekomen bent, in een periode van meerdere nieuwjaarsrecepties.

Het jaar 2019 is voor Stromenland beloftevol omdat we – u, de bureaumedewerkers en ik – de voorbereiding van het nieuwe Ondersteuningsplan starten. De voorbereiding loopt mogelijk tot in 2020 door, het jaar waarin we het Ondersteuningsplan in ieder geval vast moeten stellen. We vatten er onder andere de stappen in samen die we de afgelopen periode hebben gezet en die we nog gaan zetten, voor de meest passende plek voor de leerling. Stappen die u met schooldirecteuren en schoolteams, en met de onderwijsondersteuners bezig bent te zetten. Het samenwerkingsverband is vooral randvoorwaardelijk en faciliterend. Natuurlijk ook inhoudelijk gestuurd en met ambitie. Met een eigen verantwoordelijkheid, want een eigenstandige organisatie met alles ‘der op en der aan’. Maar ontworpen en bedoeld als een netwerkorganisatie, met twee lagen. De ‘interne’ laag, met de organisaties en bestuurders zoals ze hier staan, zoals u hier staat: direct belanghebbenden en dus bepalend voor doelen en resultaten. En de ‘externe’ laag: de stakeholders die tegelijkertijd samenwerkingspartners zijn, noodzakelijke samenwerkingspartners, zoals de 12 gemeenten in onze regio, de jeugdzorgorganisaties, Jeugdgezondheidszorg en andere externe aanbieders van zorgzame ondersteuning in onderwijs.

Het succes van het samenwerkingsverband, van Stromenland, is de optimale samenwerking van de twee lagen, in- en extern, in de hele regio op elk gewenst moment. Om de meest passende plek voor de leerling veilig te stellen.

Overigens is die meest passende plek vooral en in de eerste plaats in de groep met de klasse-leerkracht op de thuisnabije school. Bij elkaar zijn dat in Nederland een zeer ruime miljoen aan passende plekken. In de terugkerende forse stellingnames in politiek, media en beleid over het niet geslaagde passend onderwijs, verdwijnt het geslaagde deel van de passende plekken nogal eens naar de achtergrond. En dan is er niks om trots op te zijn, en dus geen erkenning van je vak en van je werk. Wees er dus wel trots op.

Er zijn landelijk zo’n achtduizend, leerlingen die niet op de passende plek zitten. De helft van de achtduizend leerlingen is thuiszitter. Het creëren van de meest passende plek voor deze leerlingen is het resultaat van de gezamenlijke inspanning met de partners uit de ‘externe’ laag (gemeenten, jeugdzorg), zowel in de ondersteuning op school om bijvoorbeeld thuiszitten te voorkomen, als bij de inspanning om het thuiszitten om te zetten naar ‘het weer naar school gaan’. En dat laatste lukt, in Stromenland en landelijk. Hun aantal raakt echter ook weer aangevuld met nieuwe thuiszitters. Om ‘terug naar school’ beter te laten slagen moeten we nadenken over de structuur voor deze leerlingondersteuning en bijhorende werkwijze.

 

In oktober vorig jaar was ik in Vancouver en Powell River, een grote en een kleine stad in British Columbia, Canada. Daar is het onderwijsbudget en het jeugdzorgbudget in 1 hand, van de leidinggevende/baas van het schooldistrict. Een schooldistrict in Vancouver telt 70.000 duizend leerlingen, PO en VO samen, en onderdeel van dezelfde organisatie. (voor de vergelijking: de twee swv’s in regio Nijmegen tellen ruim 60.000 leerlingen). En natuurlijk, ook in Vancouver zijn hobbels te nemen om de meest passende plekken voor alle leerlingen te realiseren. Maar het realiseren van de meest passende plek voor willekeurig welke leerling, en het bijhorende onderwijs en de bijhorende jeugdzorg inclusief budget zijn de verantwoordelijkheid van een en dezelfde organisatie.

De aandacht die er afgelopen maand december is geweest voor het ‘versnellen en bestendigen van de samenwerking onderwijs-zorg-jeugd’, zoals de ondertitel luidt van het rapport van kwartiermaker René Peeters, gaat over al dan niet aanpassen van structuur. Het rapport heet ‘Met Andere Ogen’. De oplossing is niet als in Canada. Wat dan wel: de regiefunctie voor het versnellen en bestendigen moet nadrukkelijker dan tot nu toe bij de gemeenten liggen; het multifunctionele overleg is in de dagelijkse praktijk onontbeerlijk; en dat geldt ook voor de betrokkenheid van ouders. Het is geen structuurverandering, dat wil zeggen middelen en daarmee zeggenschap over onderwijs-zorg-jeugd in 1 hand. Het is wel een helder geluid over een weeffout in het stelsel van passend onderwijs. Het is misschien een opstap naar een structuurwijziging. Het is voor nu de voortzetting van de route naar de meest passende plek voor alle leerlingen, deels met ‘andere ogen’.

 

Ik toast graag met u op dit doel, en op een goed en beloftevol jaar.